De abdij van Orval.
1ste Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 1928.
YVERT ET TELLIER
JAAR: 1928
NUMMER: 258-266
SERIE: 258-266
MICHEL
JAAR: 1928
NUMMER: 235-243
SERIE: 235–243
BELGIE
JAAR: 1928
NUMMER: 258-266
SERIE: 258-266
2de Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 1933.
YVERT ET TELLIER
JAAR: 1933
NUMMER: 363-374
SERIE: 363-374
MICHEL
JAAR: 1933
NUMMER: 354-365
SERIE: 354-365
BELGIE
JAAR: 1933
NUMMER: 363-374
SERIE: 363-374
3de Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 1939.
YVERT ET TELLIER
JAAR: 1939
NUMMER: 513-518
SERIE: 513-518
MICHEL
JAAR: 1939
NUMMER: 514-519
SERIE: 514-519
BELGIE
JAAR: 1939
NUMMER: 513-518
SERIE: 513-518
4de Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 1941.
YVERT ET TELLIER
JAAR: 1941
NUMMER: 556-567
SERIE: 556-567
MICHEL
JAAR: 1941
NUMMER: 553-564
SERIE: 553-564
BELGIE
JAAR: 1941
NUMMER: 556-567
SERIE:556-567
5de Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 1943.
Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 1971.
YVERT ET TELLIER
JAAR: 1971
NUMMER: 1592
SERIE: 1592
MICHEL
JAAR: 1971
NUMMER: 1695
SERIE: 1695
BELGIE
JAAR: 1971
NUMMER: 1592
SERIE: 1592
Orval - Postzegeluitgifte België.
Postzegel uitgegeven in België in het jaar 2012.
YVERT ET TELLIER
JAAR: 2012
NUMMER: 4178
SERIE: 4176-4181
MICHEL
JAAR: 2012
NUMMER: 4244
SERIE: 4241-4246
BELGIE
JAAR: 2012
NUMMER: 4197
SERIE: 4195-4200
Abdij van Orval - officiële website.
De officiële website van de Abdij.
De legende van Mathilde.
De Legende van Mathilde van Toscane
Rond het jaar 1076 bezocht Gravin Mathilde van Toscane het dal waar nu de Abdij van Orval ligt. Ze treurde om haar overleden echtgenoot, Godfried met de Bult, en zat aan de rand van een bron met haar trouwring als enige tastbare herinnering.
Tijdens haar bezoek viel haar ring in de bron.
In wanhoop bad ze tot de Maagd Maria om hem terug te vinden.
Wonder boven wonder dook een forel op uit het water met de ring in zijn bek.
Mathilde riep uit: “Dit is werkelijk een gouden dal!”—of in het Latijn: Aurea Vallis, wat later verbasterd werd tot Orval.
Uit dankbaarheid liet ze op die plek een abdij bouwen, en sindsdien is de vis met de ring het symbool van de abdij én van het beroemde Orvalbier.
De Geschiedenis van de abdij.
Het begin.
3.000 jaar later verschenen er de eerste bossen : dennen, berken en later ook beuken. Tussen 1.800 en 1.200 voor onze tijdrekening begon de mens dat woud te ontginnen. Hebben hier mensen gewoond, was er een dorp voor de komst van de monniken ? De huidige stand van het onderzoek laat ons niet toe dit te bevestigen. De oudste overblijfselen van menselijke aanwezigheid zijn de Merovingische graven in de omgeving van de bron.
De eerste monniken die zich in Orval vestigden, kwamen in 1070 uit Zuid-Italië. Ze werden verwelkomd door de plaatselijke leenheer, graaf Arnout van Chiny, die hun een stuk grond schonk. Onmiddellijk werd de bouw van een kerk en een klooster aangevat.
Om ons onbekende redenen trokken deze pioniers veertig jaar later weer weg. Arnouts zoon, Otto, verving hen door een kleine gemeenschap van kanunniken. Die voltooiden de bouwwerken die door hun voorgangers begonnen waren. In 1124 was de kerk klaar en werd ze ingewijd door de bisschop van Verdun, Hendrik van Winton. Het ging de jonge gemeenschap economisch echter niet voor de wind. Daarom vroegen de kanunniken al snel om te mogen aansluiten bij de Orde van Cîteaux, die toen in volle expansie was. Hun vraag werd overgemaakt aan sint Bernardus. Deze gaf een positief antwoord en vertrouwde de overname van Orval toe aan de abdij van Trois-Fontaines in Champagne, het eerste dochterhuis dat hij zelf had opgericht.
De eerste monniken.
Op 9 maart 1131 kwamen zeven cisterciens monniken van dit klooster aan in Orval. Hun overste, zo weten we, heette Constantijn. Beide groepen (de pas aangekomen monniken en de kanunniken die reeds ter plaatse waren) werden tot één gemeenschap samengesmolten. Die ging dadelijk aan de slag om de gebouwen aan de cisterciënzergebruiken aan te passen. Voor 1200 was de nieuwe kerk voltooid.
Als de nieuwe gemeenschap in de geest en volgens de gebruiken van Cîteaux wilde leven, moest ze ook in haar eigen levensonderhoud voorzien. Ze zocht een areaal dat voor bosontginning en landbouw in aanmerking kwam. De gronden in de onmiddellijke omgeving van het klooster waren te arm om in cultuur gebracht te worden. Reeds in 1131 kregen de monniken een klein domein ten geschenke in de buurt van Carignan, op zowat twintig kilometer daar vandaan. Dit was de kern van wat later hun rijkste graanschuur zou worden : Blanchampagne. In de loop van de daaropvolgende jaren kregen ze nog andere stukken land. Een speciale vermelding verdient de groep gronden van Buré-Villancy, in het huidig Frans departement Meurthe-et-Moselle ; deze plek zal immers uitgroeien tot het centrum van Orvals ijzerindustrie.